Lange en Ruige Weide (Custwijc)
De ontginning van het veen geschiedde in twee fasen Waarder is voor 1200 ontgonnen, hier werd een lage recognitietijns geheven. Bewoners van de na 1200 ontgonnen gebieden moesten een veel hoger bedrag aan 'pacht' betalen. Bij Lange en Ruige Weide hebben we te maken met zo'n latere ontginning. Van deze polders bestaan naar verhouding vrij veel gegevens. De uitgavevoorwaarden verschilden van de vroegere ontginningen. We komen hier niet meer de lage recognitietijns tegen, maar een pachtsom die veel hoger ligt.
Het gehele gebied Lange en Ruige Weide was bezit van de bisschop, die zelf de ontginning organiseerde en het in pacht uitgaf aan erfelijke pachters, die de zogenaamde bisschopspacht moesten opbrengen. Het ging om een gebied van ,,negenenvijftich cleye hoven'' van ieder ,,20 morgen ende enen viertel'', ofwel 1.185 morgen. Uitdrukkelijk werd bepaald dat elke hoeve ,,een huus ende enen man'' zou moeten herbergen. Kennelijk wilde de bisschop voorkomen, dat meerdere hoeven in een hand zouden geraken.
De oudste vermelding omtrent de uitgifte vinden we in het testament van bisschop Hendrik van Vianden en dateert van 15 mei 1267. Bisschop Hendrik vermaakt hierin een aantal renten ter zijner memorie, waanvoor hij landerijen aanwijst. Onder deze landerijen vallen o.a
. ,,... boni de Kustwic... ''. ln een oorkonde van 20 maart 1308 verklaart bisschop Gwijde naar waarheid te hehben vernomen, dat zijn voorganger bisschop Hendrik in erfpacht had uitgegeven
,,... een lant dat des Bisschopsweyde heet, Custwic ende Ondacht ...'',
waarbij de uitgiftevoorwaarden bevestigd en opnieuw schriftelijk vastgelegd worden. Daarnaast moet elke hoeve op de zondag na Sint Maarten ( 11 november) als voorheen zorgdragen voor drie pond Utrechtse penningen en drie kapoenen.
Over eenzelfde hoeveelheid land is sprake in een rekening over 1378/1379, betreffende ,,... Tpachtgoet van derweyden...'', namelijk tezamen 59 hoeven en 4 morgen land. De opbrengst van de bisschopspacht bedroeg 1.163 schellingen hetgeen per hoeve meer dan 200 denariën betekende. Dat is een groot verschil met de oudere ontginnineen, waar het tijnsbedrag gewoonlijk een denarius per hoeve bedroeg.
Tenslotte bevat het archiefvan Oudmunster nog een oorkonde van 7januari 1381. Hieruit blijkt, dat Bisschop Floris zijn renten te Lanse en Ruige Weide verpandt aan Roderick over Rijn, met uitzondering van de rechten van de kapittels van de Utrechtse kerken ,,... ende ons onser heerlickhede ende hoghe rechten over die Ruige Weyde ende Lange Weyde voirscreven ...''. De positie van de bisschop van Utrecht als grondheer over Lange en Ruige Weide en zijn rol als organisator van de ontginnins alhier wordt duidelijk aan de hand van bovengenoemde oorkonden. Het hoge gerecht blijft in handen van de bisschop. Het lage gerecht komt in handen van Roderick over Rijn.
Oude namen voor Lange en Ruige Weide' als zodanig in de 15de eeuw nog in gebruik, zijn Kustwijk en Ondacht, hetgeen betekent ,,wens, wat men verkiest'' en ,,nooitgedacht''. Voor de bisschop gezien de financiële baten die hij uit het gebied betrok een plezierige bijbetekenis.
(bron Stichting Oudheidskamer Reeuwijk)